Opent in een nieuw tabblad
Terug

Basisdienstverlening Schuldhulpverlening: een landelijke routekaart is mooi. Maar de professional moet hem rijden.

Nederland heeft een stevige ambitie.

In 2030 moet het aantal huishoudens met problematische schulden fors zijn verminderd. Tegelijkertijd moet het aantal mensen dat met gemeentelijke hulp duurzaam uit de schulden komt toenemen.

Een belangrijk instrument om dat te bereiken is de Basisdienstverlening Schuldhulpverlening.

Daarmee moet het minder uitmaken in welke gemeente iemand woont voor de hulp die beschikbaar is.

Een belangrijke stap.

Maar een routekaart alleen verandert de schuldhulpverlening nog niet.

𝗨𝗶𝘁𝗲𝗶𝗻𝗱𝗲𝗹𝗶𝗷𝗸 𝘇𝗶𝗷𝗻 𝗵𝗲𝘁 𝗱𝗲 𝗽𝗿𝗼𝗳𝗲𝘀𝘀𝗶𝗼𝗻𝗮𝗹𝘀 𝗱𝗶𝗲 𝗱𝗲 𝗯𝗮𝘀𝗶𝘀𝗱𝗶𝗲𝗻𝘀𝘁𝘃𝗲𝗿𝗹𝗲𝗻𝗶𝗻𝗴 𝗶𝗻 𝗱𝗲 𝗽𝗿𝗮𝗸𝘁𝗶𝗷𝗸 𝘄𝗮𝗮𝗿 𝗺𝗼𝗲𝘁𝗲𝗻 𝗺𝗮𝗸𝗲𝗻.

En dat vraagt nogal wat.

Twintig elementen, één bedoeling

De Basisdienstverlening bestaat uit twintig elementen die gezamenlijk moeten bijdragen aan toegankelijkere en kwalitatief betere schuldhulpverlening.

Daarbij gaat het bijvoorbeeld om laagdrempelige toegang, begeleiding vanaf de start, saneringskredieten, het Schuldenknooppunt, begeleiding en nazorg en betere samenwerking.

Het Rijk, VNG, Divosa en NVVK hebben daarbij afgesproken dat onder andere standaard een saneringskrediet met een aflostermijn van 18 maanden wordt aangeboden en dat begeleiding en nazorg onderdeel zijn van de dienstverlening.

Op papier ontstaat daarmee steeds meer een gezamenlijke standaard.

Maar tussen een landelijke afspraak en de dagelijkse praktijk zit een wereld.

Want hoe ziet goede schuldhulpverlening er daadwerkelijk uit?

Die vraag stellen we binnen Kenniscentrum Sociaal Domein al langer.

In onze Cirkel van Schuldhulpverlening bekijken we het vak niet als een verzameling losse producten.

De cirkel begint al vóórdat iemand diep in de schulden zit:

preventie en voorlichting.

Daarna kunnen vroegsignalering, intake en advies volgen.

Wanneer meer ondersteuning noodzakelijk is, komen bijvoorbeeld budgetbeheer, beschermingsbewind, MSNP en WSNP in beeld.

En uiteindelijk volgt nazorg.

Van lichte naar zwaardere hulp – en uiteindelijk weer terug.

Maar in het midden staat één element:

𝗖𝗼𝗮𝗰𝗵𝗶𝗻𝗴.

Want ongeacht waar iemand zich in het proces bevindt, de vraag blijft:

Wat heeft deze persoon nodig om uiteindelijk weer zo zelfstandig mogelijk verder te kunnen?

Basisdienstverlening mag geen checklist worden

Dat is wat ons betreft een belangrijk aandachtspunt bij de verdere invoering.

Twintig elementen geven structuur en richting.

Maar het risico van iedere standaardisering is dat we uiteindelijk vooral gaan controleren of alle vakjes zijn aangevinkt.

Vroegsignalering ingericht? Check.

Saneringskrediet beschikbaar? Check.

Schuldenknooppunt aangesloten? Check.

Nazorg geregeld? Check.

Maar daarmee weten we nog niet of een inwoner daadwerkelijk goed geholpen wordt.

𝗞𝘄𝗮𝗹𝗶𝘁𝗲𝗶𝘁 𝘇𝗶𝘁 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝗮𝗹𝗹𝗲𝗲𝗻 𝗶𝗻 𝗵𝗲𝘁 𝗽𝗿𝗼𝗰𝗲𝘀. 𝗞𝘄𝗮𝗹𝗶𝘁𝗲𝗶𝘁 𝘇𝗶𝘁 𝗼𝗼𝗸 𝗶𝗻 𝗵𝗲𝘁 𝗴𝗲𝘀𝗽𝗿𝗲𝗸.

Neem vroegsignalering

Een signaal ontvangen is relatief eenvoudig.

Contact krijgen met iemand die niet zelf om hulp heeft gevraagd, is iets heel anders.

Dat vraagt van een professional dat hij of zij begrijpt wat financiële stress met mensen doet.

Dat iemand zonder oordeel kan luisteren.

Dat iemand vertrouwen weet op te bouwen.

En dat een professional kan inschatten welke vorm van ondersteuning op dat moment passend is.

Hetzelfde geldt voor een intake.

Een intakeformulier kun je standaardiseren.

Een goed gesprek niet.

Ook nazorg vraagt meer dan een procesbeschrijving

In onze Cirkel van Schuldhulpverlening hebben we bij nazorg bewust een aantal vragen opgenomen:

Wie voert de nazorg uit?

Hoe werken we samen met ketenpartners?

Hoe houden we vertrouwen vast?

En is nazorg niet eigenlijk onderdeel van budgetcoaching?

Juist dat zijn de vragen die onder een landelijke standaard liggen.

Want uiteindelijk moet iemand het doen.

Een professional moet zien dat er iets niet goed gaat.

Contact opnemen.

Doorvragen.

En samen met een inwoner bepalen wat nodig is om te voorkomen dat problemen opnieuw escaleren.

Basisdienstverlening vraagt daarom ook om investeren in vakmanschap

Als we in heel Nederland een vergelijkbare basis van schuldhulpverlening willen bieden, moeten we niet alleen investeren in systemen en processen.

We moeten investeren in mensen.

Professionals moeten beschikken over actuele vakkennis én over de vaardigheden om die kennis goed toe te passen.

Binnen onze opleiding Schuldhulpverlening en Budgetcoaching combineren we daarom wet- en regelgeving met onder andere vroegsignalering, preventie, gesprekstechnieken en gedragsverandering. Kenniscentrum Sociaal Domein omschrijft een goede schuldhulpverlener daarbij als iemand die empathisch kan handelen, maar ook grenzen kan aangeven en waar nodig creatief kan zoeken naar een oplossing.

Dat is precies de combinatie die volgens ons steeds belangrijker wordt.

En daar ligt ook een arbeidsmarktvraagstuk

Er zit nog een kant aan de Basisdienstverlening die soms minder aandacht krijgt.

Als we de kwaliteit van schuldhulpverlening landelijk willen verhogen, hebben gemeenten voldoende gekwalificeerde mensen nodig om dat werk uit te voeren.

Niet alleen schuldhulpverleners.

Maar bijvoorbeeld ook professionals op het gebied van vroegsignalering, budgetcoaching, budgetbeheer, bestaanszekerheid en financiële begeleiding.

Dat maakt de Basisdienstverlening óók een vraagstuk over de arbeidsmarkt.

Hebben we voldoende mensen?

Hebben zij de juiste kennis?

En hoe zorgen we ervoor dat professionals zich blijven ontwikkelen terwijl het vak verandert?

Waar kennis en mensen samenkomen

Precies op dat snijvlak willen wij met Werken voor het Sociaal Domein actief zijn.

Wij kennen organisaties die professionals zoeken.

Wij kennen professionals die een volgende stap willen zetten.

Maar vanuit onze achtergrond hebben we ook toegang tot de kennis en opleidingen die nodig zijn om mensen verder te ontwikkelen.

Dat is voor ons de kracht van de combinatie.

Niet:

eerst opleiden → daarna vergeten.

En ook niet:

een professional plaatsen → opdracht afgerond.

Maar:

𝗼𝗽𝗹𝗲𝗶𝗱𝗲𝗻 → 𝘄𝗲𝗿𝗸𝗲𝗻 → 𝗲𝗿𝘃𝗮𝗿𝗶𝗻𝗴 𝗼𝗽𝗱𝗼𝗲𝗻 → 𝗸𝗲𝗻𝗻𝗶𝘀 𝗱𝗲𝗹𝗲𝗻 → 𝘃𝗲𝗿𝗱𝗲𝗿 𝗼𝗻𝘁𝘄𝗶𝗸𝗸𝗲𝗹𝗲𝗻.

Zo bouwen we niet alleen aan vacatures en opdrachten.

We bouwen aan vakmanschap.

De ambitie voor 2030

In de presentatie over onze Cirkel van Schuldhulpverlening stellen we een eenvoudige maar belangrijke vraag:

Gaan we het doel in 2030 halen?

Die vraag kunnen wij natuurlijk niet beantwoorden.

Maar één ding weten we wel.

Een landelijke routekaart helpt.

Goede systemen helpen.

Saneringskredieten, vroegsignalering, het Schuldenknooppunt en duidelijke processen helpen.

Maar uiteindelijk bepaalt de kwaliteit van de uitvoering of een inwoner daadwerkelijk eerder wordt bereikt, goed wordt begeleid en duurzaam uit de schulden blijft.

En daarvoor hebben we goede mensen nodig.

Mensen met kennis.

Mensen met ervaring.

Mensen die blijven leren.

𝗪𝗲𝗿𝗸𝗲𝗻 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗵𝗲𝘁 𝗦𝗼𝗰𝗶𝗮𝗮𝗹 𝗗𝗼𝗺𝗲𝗶𝗻 – 𝘄𝗮𝗮𝗿 𝗸𝗲𝗻𝗻𝗶𝘀 𝗲𝗻 𝗺𝗲𝗻𝘀𝗲𝗻 𝘀𝗮𝗺𝗲𝗻𝗸𝗼𝗺𝗲𝗻.